Neurodiversiteit is een noodzakelijke eigenschap van de mensheid

Neurotypisch is wel erg typisch
Neurodiversiteit is geen afwijking, maar een noodzakelijke eigenschap van de mensheid. Het idee dat er een ‘normaal’ brein of gedrag bestaat, is een culturele constructie, ontstaan in slechts 150 jaar tijd – een fractie van onze 300.000 jaar oude geschiedenis. Toch hebben we in die korte periode een norm bedacht waar iedereen aan moet voldoen, en alles wat daarvan afwijkt wordt als defect gezien. Waarom? Omdat afwijking onvoorspelbaarheid betekent. En onvoorspelbaarheid bedreigt controle.
De systemen die wij hebben gebouwd, gebaseerd op deze fictieve norm, draaien om het gelijk maken van mensen. Een brein en daaruit voortkomend gedrag dat niet past, moet worden aangepast. Niet omdat dat brein bewezen fout is, maar omdat het afwijkt. En afwijken mag niet. We hebben voorspelbaarheid namelijk verheven tot de ultieme deugd. Maar wat hebben we ingeleverd om aan die illusie vast te houden?
Neurotypisch als politiek en economisch construct
Dit streven naar controle is het fundament onder onze moderne maatschappij. Neurotypisch gedrag is een politiek en economisch project. Het is geen biologische werkelijkheid. De Industriële Revolutie, een moment in onze geschiedenis waarop mensen werden gereduceerd tot functionele onderdelen in een machine, markeerde het begin van dit denken. Cognitieve psychologie was daar een tool voor. Neurotypisch werd het ideale radertje: rationeel, efficiënt, gehoorzaam. Sindsdien hebben we systemen gebouwd die afwijken van deze norm straffen, corrigeren of simpelweg elimineren.
Daarin schuilt een diepe paradox. Want de mens, met zijn complexe brein en bewustzijn, is juist nooit ontworpen voor voorspelbaarheid. Ons vermogen om buiten de norm te denken – om onverwacht, impulsief, en chaotisch te zijn – is precies wat ons als soort heeft doen overleven. Maar die waarheid is te ongemakkelijk voor een samenleving die draait op controle. En dus hebben we onszelf wijsgemaakt dat ons denkende brein de baas is.
Neurobiologie
De prefrontale cortex, dat stukje boven ons voorhoofd, wordt gevierd als de kapitein van ons bestaan. Het deel dat redeneert, plant, en controleert. Maar laten we eerlijk zijn: die kapitein is een tiran. Het kan alleen met de data werken die we het geven. We hebben het wijs gemaakt dat controle heilig is, dat afwijking een bedreiging is en dat chaos ons failliet verklaart. Maar terwijl we ons vastklampen aan die fictie, vergeten we iets fundamenteels: dat de mens juist floreert door zijn onvoorspelbaarheid.
Neurodiversiteit is geen probleem om op te lossen. Het is geen afwijking van de norm. Het is een bedreiging voor een systeem dat niet gebouwd is om te leven met onzekerheid. Dat is de kern. Mensen die buiten de norm vallen, confronteren ons met de vraag: wie bepaalt eigenlijk wat normaal is? En waarom? Het antwoord is niet biologie. Het is macht.
Misschien is het tijd om te erkennen dat ‘normaal’ niets meer is dan een construct om controle te behouden. Dat we door te streven naar eenheidsworst de veelzijdigheid verliezen die ons ooit in staat stelde om te overleven. Want laten we eerlijk zijn: wat is er nu eigenlijk zo goed aan ‘normaal’?























