De valkuil van het benoemen van andermans gevoelens

About the Author: Nikki Nooteboom

De valkuil van het benoemen van andermans gevoelens

In de zorg, hulpverlening, het onderwijs, de rechtspraak, het bedrijfsleven, en zelfs in gewone gesprekken, wordt vaak aangeraden om gevoelens van de ander te benoemen. Professionals worden hier zelfs in getraind. “Ik zie dat je verdrietig bent,” of “Je bent duidelijk boos.” Het wordt gezien als een manier om erkenning te geven, te spiegelen, en verbinding te maken. Maar werkt het ook zo? Voelt iemand zich echt erkend als jij benoemt wat jij denkt te zien?

Voor mensen met trauma (die geleerd hebben dat ze zichzelf niet kunnen laten zien zonder beschaamd en afgewezen te worden) kan ‘gezien worden’ juist heel onveilig voelen. Dat geldt zowel voor kwetsbaarheid als voor copinggedrag.

 Als de interpretatie van de ander niet klopt, kan dat voelen als kritiek: “Doe ik het weer niet goed.” Maar juist als het wél klopt, kan het leiden tot een gevoel van ontmaskering. Alsof iets zichtbaar wordt dat juist verborgen móest blijven om veiligheid te waarborgen. Het benoemen van iets wat iemand probeert te verbergen, kan voelen als betrapt worden. Alsof er een grens wordt overschreden. Wat bedoeld is als erkenning, wordt dan een inbreuk. Onbedoeld, maar wellicht herkenbaar als je ook bij jezelf te rade gaat, hoe is het als iemand je in de spotlights trekt zonder dat je dat zelf wilt?

De pijn van gezien worden in wat je probeert te beschermen

Trauma zorgt ervoor dat mensen beschermingsmechanismen ontwikkelen om kwetsbaarheid op afstand te houden: afsluiten, gevoelens wegstoppen, altijd sterk zijn, grappen maken, boos worden, pleasen… Deze strategieën zijn ooit ontstaan omdat bepaalde delen van henzelf niet welkom waren in de buitenwereld; werden afgewezen, beschaamd of zelfs bestraft. Ze moesten verborgen blijven. Het is dan van groot belang manieren te vinden, wat overigens geheel autonoom en automatisch ontwikkelt, om het ‘normale’ leven in verbinding met anderen toch te realiseren.

Wanneer iemand dan zegt: “Je bent verdrietig, hè?”, terwijl iemand dat gevoel juist probeert te onderdrukken, kan dat verwarrend en pijnlijk zijn. Of als een beschermingsmechanisme wordt gezien: “Je bent wel altijd heel stoer he?”. Alsof iemand zonder toestemming door je pantser heen kijkt. En dat kan leiden tot terugtrekking, schaamte of boosheid. Iemand neemt je regie uit handen.

Het gevaar van ‘spiegelen’ als beïnvloeding

Er zit ook iets arrogants in het idee dat wij als begeleider, leerkracht of hulpverlener weten wat een ander voelt. Alsof het onze taak is om iets aan het licht te brengen. Dat is niet gelijkwaardig. Wat bedoeld is als erkenning, kan overkomen als: “Ik weet wat er in jou gebeurt, misschien zelfs beter dan jijzelf, en ik ga je dat vertellen.” Daarmee ondermijn je de autonomie van de ander, en kan je onbedoeld oude mechanismen activeren waarin iemand zich moet aanpassen, verdedigen of pleasen, precies die patronen die zijn ontstaan om ondanks interne pijn ‘normaal’ over te komen.

Trauma-informed betekent: ruimte geven, niet invullen

Een trauma-informed benadering is onder andere gebaseerd op veiligheid, autonomie, keuzevrijheid en samenwerking. Het gaat er niet om de ander te doorgronden of te ontleden, maar om een omgeving te creëren waarin iemand zélf kan kiezen wat er zichtbaar wordt – en wat (nog) niet.

Dat vraagt allereerst om aanwezigheid; zonder interpretatie en oordeel en zonder ‘fixbehoefte’. Om niet te overspoelen met vragen, maar ruimte te bieden waarin iemand zelf kan komen met wat veilig genoeg voelt om te delen. Door zelf zo gereguleerd mogelijk te zijn; zichtbaar, voorspelbaar en congruent, bied je co-regulatie aan waar iemand op kan aanhaken, en waarin bescherming misschien voorzichtig wat kan zakken.

Het gaat erom dat alles er kan zijn, maar er niet moet zijn. Niet alleen dat wat jij als therapeut, coach (!), leerkracht, manager, hulpverlener of wetshandhaver denkt te zien of hoopt te horen. Mensen kunnen zich pas laten zien als de omgeving veilig genoeg is. Niet omdat wij ze ‘ontmaskeren’, maar omdat het masker simpelweg niet meer nodig is.

Als dat vertrouwen er is, kun je voorzichtig iemand uitnodigen tot het delen van gedachten of gevoelens. Tot die tijd zal je onvermijdelijk botsen op beschermingsmechanismen, en dat is niet verkeerd, dat is het proces dat niet geforceerd kan worden.

Tot slot

Het benoemen van gevoelens is niet per definitie verkeerd, maar het vraagt om nuance, afstemming, en vooral om nederigheid. Iemand écht zien begint bij luisteren zonder oordeel, ruimte laten zonder druk, en vertrouwen geven zonder de ander te claimen of doorgronden.

Dat is trauma-informed werken: de ander niet blootleggen, maar ruimte geven.